Zodra een wond eenmaal gesloten is, wordt het litteken vaak aan het lot overgelaten. Maar onder de huid vinden nog steeds herstelwerkzaamheden plaats. Hoe komt het dat littekens verkleven? Is het mogelijk om een stug litteken weer soepel te maken?

Tijd heelt alle wonden, behalve littekens

Misschien is het je in het dagelijks leven al eens opgevallen, maar ons lichaam staat altijd onder lichte spanning. Deze spanning kan je zelf ervaren door je huid licht op te tillen: Wanneer je de huid weer loslaat, schiet door de spanning de huid direct weer terug in de oude vorm. Dezelfde spanning loopt onderhuids door heel het lichaam en zorgt ervoor dat een wond altijd open springt. De wond is als het waren een onderbreking in het gespannen doek van een trampoline. Om de scheur te dichten is er een tegenspanning nodig. Ons lichaam doet aan het begin van de herstelfase haar uiterste best om de wond op te vullen – én om de randen van de wond naar elkaar toe te trekken. Een soort noodreparatie.

In dit herstelproces ontstaat uiteindelijk een litteken door het werk van de fibroblasten. Deze cellen zijn een soort kleine fabriekjes. Ze deponeren duizenden kleine draadjes weefsel in het gat van de wond. De draadjes verkorten zich actief en trekken de randen van de wond naar elkaar toe – zo sluit de wond. Hoe meer spanning er op de wond staat, hoe meer trekkende draadjes worden aangelegd. De draadjes zijn vrij stevig en na de reparatie zijn ze aan de oppervlakte nog zichtbaar. Ze vormen het wat hardere litteken in de doorgaans soepele huid.

Fibroblasten vullen het gat van de wond met duizenden draadjes bindweefsel.

Een litteken heeft de vorm van een mal

Verwondingen worden dikwijls geassocieerd met zichtbare schade, zoals: Sneeën, blauwe plekken brand- en schaafwonden. Bij deze wonden is aan de oppervlakte duidelijk te zien dat er weefsel beschadigd is. Maar wat gebeurt er in de diepte? Bijvoorbeeld bij een flinke snee in de huid na een operatie? Zijn er in de diepte dan nog andere lagen weefsel beschadigd? En hoe zit het met schade onder de huid, waarbij de huid zelf nog intact is? Zoals een verzwikte enkel of fikse kneuzing?
Één ding is zeker: Een wond is altijd 3 Dimensionaal. In de breedte, in de lengte en in de diepte. Het beschadigde weefsel in de diepte krijgt van het herstelproces dezelfde behandeling als de oppervlakkige schade. Ruwweg houdt dit in dat de fibroblasten ook in de diepere lagen hetzelfde vul- en trekwerk verrichten. Ze maken in deze fase geen onderscheid tussen wat ze precies aan het repareren zijn… De hoofdtaak is: Het gat dichten en sluiten. Hierdoor ontstaat een reparatie van bindweefsel in de vorm van een mal van de wond, een 3D litteken.

Een wond, dus ook een litteken, is altijd 3 Dimensionaal. In de lengte (L), breedte (B) en diepte (D). Met het blote oog zie je meestal alleen de oppervlakte, zo wekt een litteken de indruk dat het plat is – maar schijn bedriegt.

Een stug litteken

Wanneer in een wond meerdere lagen beschadigd zijn, kunnen de lagen tijdens het herstelproces aan elkaar gaan kleven. Dit is normaal gesproken een tijdelijk verschijnsel. Elke laag dient na de eerste noodreparatie uiteindelijk weer hersteld te worden tot de oorspronkelijke functie. Sommige lagen moeten aan elkaar verbonden blijven en andere lagen moeten juist individueel kunnen bewegen. Bijvoorbeeld bij een wond op een knokkel van je vinger: De huid moet uiteindelijk over de knokkel kunnen rekken en glijden – anders kan je de vinger niet buigen. Een verkleving van een litteken op deze plek zorgt dan voor een bewegingsbeperking. De vinger kan hierdoor niet goed meer buigen. Een litteken kan op meerdere manieren stugger worden of blijven:

  • De wond heeft tijdens het begin van het herstelproces te veel belasting ervaren. Hierdoor zijn de fibroblasten nog harder hun best gaan doen om de wond te dichten. Om het beschadigde weefsel naar elkaar toe te trekken. Als reactie dumpen de fibroblasten extra hoeveelheden bindweefsel, wat later een stugger litteken kan veroorzaken;
  • De wond heeft tijdens het begin van het herstelproces te weinig belasting ervaren. Hierdoor is de wond wel mooi gedicht, maar is het nieuwe weefsel nog niet functioneel aangepast. Alle lagen in de wond zijn nog aan elkaar verkleefd, wat een stugger litteken kan veroorzaken.

Een gulden middenweg is om tijdens het herstelproces de belasting op het litteken (lees: gesloten wond) geleidelijk op te bouwen. Wanneer je dit op het juiste niveau doet, ontstaat er geen nieuwe schade. Én krijgt het herstelproces voldoende informatie voor de hervorming van het nieuwe weefsel.

Geluk bij een ongeluk, maak het litteken weer soepel

Een stug litteken is meestal wat ongelukkig in gebruik. Doordat meerdere lagen weefsel aan elkaar zijn verkleefd, kunnen er bewegingen ontstaan die onaangenaam voelen. Gelukkig is, na het sluiten van de wond, het litteken nog maanden lang actief. In en rond het litteken zijn de fibroblasten nog steeds in de weer met het aanpassen van bindweefsel. Soms wel tot 2 jaar na het ontstaan van de wond(!). Dit geeft ons de gelegenheid om te proberen een stug litteken toch nog soepel te krijgen. Het enige wat je nodig hebt, is aandacht voor het litteken en een goede dosis geduld. In dit stadium verlopen de aanpassingen aan het weefsel namelijk langzaam.
Wanneer de wond goed genezen is, kun je het litteken voorzichtig in beweging brengen. Dit kan door het lichaamsdeel te bewegen, of door de huid te verplaatsen met je handen. Je voelt vanzelf wanneer het onaangenaam gaat trekken, harder is niet nodig. De rest van het werk laat je over aan het herstelproces en de fibroblasten. Het litteken zal gedurende de tijd vanzelf soepeler worden. Raadpleeg eventueel een zorgprofessional om het litteken en de herstelmogelijkheden te beoordelen.

Bronnen:

Alessie, J., Jacobs, K., De Morree, J. J., & De Morree, J. J. (2021). Dynamiek Van Het Menselijk Bindweefsel. Bohn Stafleu van Loghum.

Deflorin C, Hohenauer E, Stoop R, van Daele U, Clijsen R, Taeymans J. Physical Management of Scar Tissue: A Systematic Review and Meta-Analysis. J Altern Complement Med. 2020 Oct;26(10):854-865. doi: 10.1089/acm.2020.0109. Epub 2020 Jun 24. PMID: 32589450; PMCID: PMC7578190.

Harn HI, Ogawa R, Hsu CK, Hughes MW, Tang MJ, Chuong CM. The tension biology of wound healing. Exp Dermatol. 2019 Apr;28(4):464-471. doi: 10.1111/exd.13460. Epub 2017 Dec 20. PMID: 29105155.

Khansa I, Harrison B, Janis JE. Evidence-Based Scar Management: How to Improve Results with Technique and Technology. Plast Reconstr Surg. 2016 Sep;138(3 Suppl):165S-178S. doi: 10.1097/PRS.0000000000002647. PMID: 27556757.

Jiang D, Christ S, Correa-Gallegos D, Ramesh P, Kalgudde Gopal S, Wannemacher J, Mayr CH, Lupperger V, Yu Q, Ye H, Mück-Häusl M, Rajendran V, Wan L, Liu J, Mirastschijski U, Volz T, Marr C, Schiller HB, Rinkevich Y. Injury triggers fascia fibroblast collective cell migration to drive scar formation through N-cadherin. Nat Commun. 2020 Nov 6;11(1):5653. doi: 10.1038/s41467-020-19425-1. PMID: 33159076; PMCID: PMC7648088.

Krafts KP. Tissue repair: The hidden drama. Organogenesis. 2010 Oct-Dec;6(4):225-33. doi: 10.4161/org.6.4.12555. PMID: 21220961; PMCID: PMC3055648.

Correa-Gallegos D, Jiang D, Christ S, Ramesh P, Ye H, Wannemacher J, Kalgudde Gopal S, Yu Q, Aichler M, Walch A, Mirastschijski U, Volz T, Rinkevich Y. Patch repair of deep wounds by mobilized fascia. Nature. 2019 Dec;576(7786):287-292. doi: 10.1038/s41586-019-1794-y. Epub 2019 Nov 27. PMID: 31776510.

Jiang D, Rinkevich Y. Furnishing Wound Repair by the Subcutaneous Fascia. Int J Mol Sci. 2021 Aug 20;22(16):9006. doi: 10.3390/ijms22169006. PMID: 34445709; PMCID: PMC8396603.

Clement D. Marshall, Michael S. Hu, Tripp Leavitt, Leandra A. Barnes, H. Peter Lorenz, and Michael T. Longaker. Advances in Wound Care.Feb 2018.29-45. http://doi.org/10.1089/wound.2016.0696